Historie

Een terugblik op 50 jaar "DE PIONIERS"

De vereniging werd opgericht op 31 december 1958.

Het is de bedoeling om met dit verslag te laten weten hoe de mensen van het eerste uur hebben moeten ploeteren om e.e.a. op de rails te krijgen.

In 1958 was het nog niet heel gebruikelijk om je vakantie in het buitenland door te brengen.

Er waren altijd wel uitzonderingen en dat waren o.a. drie families uit Den Haag, die dat jaar, afzonderlijk van elkaar, de Riviera tot hun vakantiebestemming uitkozen.

Het waren de families B.Verwaal, L. van Gulik en C. Verburg.

De heer en mevrouw Verwaal streken neer in de omgeving van het dorpje Roquebrune en werden daar met het Petanquevirus besmet.

Ze zagen daar voor het eerst dat het over het algemeen oudere heren waren, die met veel gevoel voor humor maar toch zeer ernstig, met grote ijzeren ballen naar een klein balletje stonden te gooien.

Wisten zij veel. Na regelmatig naar dit spelletje gekeken te hebben werd hun nieuwsgierigheid dermate geprikkeld dat ze wel eens wilden weten wat de spelregels van dit edele spel zouden zijn.

Ze wendden zich tot een der captains van de teams en vroegen in hun beste Frans : "Avez- vous des boules pour jouer le jeu "Petanque". Et peut-etre aussi les reglements pour "le jeu".

De familie werd niet begrepen of ze waren teveel bezig met hun eigen spel.

Ze kwamen hier niet veel verder en het werd allemaal maar zo gelaten.

Wat gebeurt er op de terugweg naar huis, die per touringcar afgelegd moest worden. De families van Gulik en Verburg zitten ook in de bus en sluiten zich bij de fam. Verwaal aan. Er wordt gestopt voor de maaltijd en tijdens dit oponthoud ziet meneer Verwaal in een winkel een stel jeu de boulesballen liggen. Dit was de aanzet om de twee andere heren ook voor dit spel interesse te laten krijgen.

Het is 4 april 1958 als deze drie heren bij elkaar komen om over de oprichting van een jeu de boulesvereniging te filosoferen.

Je moet weten dat er in die tijd nog bijna niemand in Nederland was, die van deze sport had gehoord.

Op 23 mei 1958 spelen de drie eerder genoemde heren aangevuld met de heer Trippelaar hun eerste wedstrijdje, ook gelijk nu aan de Laan van Poot. Volgens gegevens uit het archief beschikte de laatste nog niet over de benodigde ballen. ‘t Zal me een leuk partijtje geworden zijn.

Op 31 december 1958 komen de heren Verwaal, van Gulik, Trippelaar, van Pelt, van Dijk, Boon, Plasman, Maatman, Schuurhoff, Wiebes en Verburg bijeen en wordt besloten de eerste Jeu de Boulesvereniging van Nederland op te richten.

De naam, die gekozen wordt, laat wel zien dat deze heren zich er wel van bewust waren dat er nog heel wat werk gedaan moest worden om deze sport wat breder op de kaart te krijgen.

De naam wordt uiteindelijk " "

Er wordt uitgegaan van een vereniging alleen voor mannen, waarin voor dames geen plaats ingeruimd zal worden. Derhalve de gedachte dat "Turenne" een afsplitsing zou zijn van "De Pioniers" is onjuist.*

Het bestuur werd als volgt gevormd: Voorzitter: B. Verwaal, Vice voorzitter: C. Verburg Penningmeester: J. Maatman, Secretaris: C. Verburg.

De locatie waar deze oprichting plaats vond, was aan Laan van Meerdervoort en wel in café restaurant "De Galerij".

Aan het eind van 1959 hebben zich reeds 24 leden zich als bouler aangemeld.

Wie nu denkt, " Zo dat is gebeurd en nu gaan we alleen maar lekker boulen", nou die heeft het mooi mis.

De hele Nederlandse pers werd verzocht om het jeu de boulen onder de aandacht van een veel breder publiek te brengen. Er werden demonstraties gegeven in Den Haag, maar ook elders. Enthousiaste mensen hadden de diverse berichten in de kranten gelezen waarin steeds de naam "De Pioniers "werd genoemd. Ook verschijnen er artikelen in de Libelle om Petanque onder een zeer breed publiek bekendheid te geven.

Dit had tot gevolg dat de secretaris in die tijd zich ontzettend moest inspannen om de spelregels, die af en toe om aanvullingen vroegen weer op tijd klaar te hebben.

De vraag naar de spelregels en de vraag waar je jeu de boulesballen kon kopen was enorm.

Ik ben in het archief diverse plaatsen tegengekomen waar demonstraties gegeven werden zoals Arnhem - Zwolle - Eindhoven - Goirle - Hilversum enz enz.

En dit allemaal vol enthousiasme.

Het is al de jaren natuurlijk niet gegaan zoals het nu gaat. Momenteel weten we niet beter dat we altijd terecht kunnen in een lekkere warme kantine.

Er is een tijd geweest dat op dit complex een grote houten kantine stond. De Pioniers kregen in het oude kleedkamergebouw een hokje van 4 bij 4 meter ter beschikking. De inrichting was zeer eenvoudig , houten zitbanken en een grof houten tafel en plaats voor ca. 15 mensen.

De verwarming (gaskacheltje) moest elke speeldag bijtijds aangestoken worden zodat het een beetje dragelijk werd in deze kleine ruimte.

Het kacheltje moest uit na de koffie, anders zou het te duur worden. In de winter had het bestuur permissie gegeven om de kachel aan te laten tot na afloop van de wedstrijd.

Het kon niet op. Ik lees in de verslagen dat de koffie destijds 25 ct. kostte en dat er toen ook al mensen waren die wel eens vergaten om te betalen.

Er werd toen ook al ingesteld - eerst betalen en dan krijg je je nummer.

IN AL DIE TIJD IS ER OOK NIETS VERANDERD !!!!

De club heeft momenteel 50 leden.

Er zijn ook jaren geweest dat de club uit 56 leden heeft bestaan. Ik kan me dat echter niet zo goed voorstellen, met ca 56 iets oudere eigenwijze kerels in zo'n houten kippenhokkie, je kon voorbereiden op de titanenstrijd van die ochtend.

Toen ik zelf lid werd van De Pioniers in 1997 waren er ongeveer 28 boulers, waarvan er enkelen af en toe aanwezig waren om een balletje te gooien. De leeftijd van deze mensen was dermate hoog dat zij het niet op konden brengen om elke speeldag aanwezig te zijn.

We hebben nog verschillende leden die ook in de jaren 80 van de vorige eeuw lid werden. Ja, ja mensen we spreken hier al over de vorige eeuw.

Wat beweegt ons als oude knarren om zo vol elan de boules te werpen. Ik spreek niet van gooien maar van werpen.

In de eerste plaats is daar het enorme plezier in het spel met de ballen. In dit spel keren wij terug naar onze jeugd. Lekker spelen en elkaar de loef afsteken.

De uitkomst van het spel blijft altijd onzeker, want het blijft ook voor de goede spelers die er beslist onder ons zijn, een - hazardspel -. De ene dag ups en de volgende dag downs. De ene dag meevallers en gejuich en de volgende dag flaters en diep zwijgen. Het is gewoon het normale leven met golven van geluk en dan weer van afgang.

En dan ineens de kreet - "EN TOEN WAS ER KOFFIE"

Is het niet fijn om in een verwarmde kantine te komen en daar te zwetsen over het goede gooien, watje zonet niet hebt gedaan.

En dan nog maar te zwijgen over de verjaardagen en wat dat niet allemaal teweeg brengt. Jongens houden zo !!!

Ik moet toch nog terugkomen op het ontzettende vele werk dat de pioniers van "De Pioniers" in de eerste jaren van hun bestaan hebben moeten doen om het spelletje Jeu de Boules een beetje bekendheid te geven.

Eind 1960 wordt door de heer van Gulik met de heer Hannes de Boer van Polygoon contact opgenomen om een informatieffilmpje te maken over jeu de boules. E.e.a. wordt door deze mijnheer goed opgepakt en zie van 13 tot 20 januari 1961 verschijnt in elke bioscoop in Nederland het woord "Pioniers" met een uitleg over het spel Petanque/Jeu de Boules.

De Pioniers 1961


Deze film had tot gevolg dat uit alle delen van Nederland vraag kwam naar spelregels en waar zijn boules te koop.

Ook de televisie was aanwezig. De welbekende Jan Cottaar schonk op 24 oktober 1961 aandacht aan ons spelletje waarbij wederom een filmpje vertoond werd. Dit had dan ook tot gevolg dat de secretaris overstelpt werd met vragen over boulesbanen, spelregels, ballen enz.enz.

De secretaris stuurde daarop een enorme lading brieven naar de verschillende geïnteresseerden in het land. Hierna werd de vereniging uitgenodigd om een demonstratie te komen geven in Lutjebroek e.d. Ze hadden geen van allen meer hun baan daar ze allen gepensioneerd waren, doch het was wel heel erg druk.

Verder moet U weten dat de secretaris destijds moest werken met reglementen die beslist nog niet up-to-date waren. Zo verschijnt er medio 1964 een bericht in de bestuursvergadering van de Pioniers dat in Frankrijk nog steeds de spelregels regelmatig worden herzien. Zoals reeds gemeld was er nog een enorm probleem : "Waar halen wij onze jeu de boules ballen vandaan"? Met deze vragen kwam de secretaris regelmatig in aanvaring.

De Bijenkorf gaf destijds in een grote advertentie aan dat iedereen dit spelletje wel binnen 5 minuten onder de knie zou kunnen hebben, doch kon daarvoor uitsluitend plastic ballen leveren. Uiteindelijk zag de firma Excelsior wel wat in deze boules en met goed koopmansinzicht is zij begonnen aan de verkoop van goedgekeurde stalen ballen.

Of zij ze nu nog verkopen, ik zou het niet weten.


Het is inmiddels september 1972 en de Nederlandse Jeu de Boules Bond wordt opgericht.

Er zijn in de tijd van 1958 tot 1972 dermate veel clubs gekomen dat er weer eens een bondje opgericht moest worden. Dit hield echter in dat indien je lid van de bond werd, je niet zelf mocht beslissen om tegen een recreatieclub te spelen. Dit was verboden. Neen, het werd een wedstrijdsport en alleen bondsleden mochten tegen elkaar wedstrijden spelen. Nou doei.

De Pioniers zijn van deze Bond ook lid geweest doch de animo om wedstrijden te spelen met het schuim op de mond, ging ons te ver. Gezelligheid en ontspanning dat blijft ons streven. Bij gevolg, weg hiervan en zelf onze niet-lid tegenstanders zoeken.

Zo hadden wij een paar jaar geleden een excursie naar Radio West geregeld. In de uitzending hoorden enkele dames van "Altijd Voorwaarts" dat wij ons presenteerden als een jeu de boulesclub met alleen kerels. Hadden we beter niet kunnen doen. Ons werd verweten dat we vrouwen zouden discrimineren. Het kostte ons een beetje moeite om het tegendeel te bewijzen.

Het had wel een vervolg - elk jaar boulen we op een vrijdagmiddag ons wedstrijdje tegen deze dames van de gemengde boulesclub "Altijd Voorwaarts". Bij dit partijtje doen geen mannen van AVW mee. Wie discrimineert hier nu? Vanuit De Pioniers zou er geen enkel bezwaar bestaan om deze AVW mannen ook eens tot onze tegenstanders te zien.


Secretaris, De Pioniers.


* Omdat eventuele aspirant damesleden zich bij La Turenne konden aansluiten, is er nooit de behoefte ontstaan om van De Pioniers een gemengde club te maken.




Het ontstaan van Jeu de boules

Al in de Griekse tijd werd geoefend in het gooien met ballen, echter toen de Romeinen er het doel of "but" aan toevoegden kon je spreken van het allereerste begin van Jeu de Boules. De Romeinen importeerden deze sport, net als vele andere vaardigheden en technieken naar Gallië, waar het tot de dag van vandaag de volkssport is gebleven.

Jeu de Boules is de Franse verzamelnaam voor balspelen die in Italië "Boccia" heten, in Engeland "Bowls", in België "Krullebollen" en in Duitsland "Boule spiel".
Na een opleving van het spel in de middeleeuwen verloor het spel zijn aantrekkingskracht en werd hoofdzakelijk nog gespeeld in de Provence.

Keizer Karel V sprak halverwege de 16e eeuw de banvloek uit over het spel, dat naar zijn mening te veel de aandacht en energie van zijn onderdanen afleidde.
Het verbod dat hij uitvaardigde tegen Jeu de Boules zou, zo dacht de Keizer, in plaats van het balspel het hand-kruisboogschieten populairder maken.
Het is hem niet gelukt, want het vredelievende Jeu de Boules bleef bestaan.

De meest bekende en beoefende vorm van Jeu de Boules is pétanque. Pétanque is afgeleid van "pieds tanques" de voeten gebonden bij elkaar. Het spel werd ontwikkeld door een fanatieke Jeu Provencal speler (een andere spelsoort, waarbij een aanloop wordt genomen), die door reuma minder mobiel geworden was, maar die toch zijn geliefde sport wilde blijven beoefenen.

Na 1945 waaierde het spel uit over Europa. Niet veel later volgden alle middeneuropese landen en de franse kolonien. Tegenwoordig wordt er "gebouled" tot in Amerika en Thailand. In dat laatste land is zelfs de prinses de beschermvrouwe van de bond en een van de meest fanatieke supporters.

Frankrijk is niet allen de bakermat van het spel, maar in Frankrijk heerst ook echt een boule cultuur. De Franse bond is qua grootte de derde bond van Frankrijk, met meer dan 440.000 leden. Daarnaast zijn er vele Fransen die het spel buiten verenigings- cq bondsverband beoefenen.